ECLI:NL:RBDHA:2023:10006
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering zorgtoeslag en kindgebonden budget na nabetaling UWV
Eiseres ontving in 2021 voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget op basis van een geschat inkomen van €21.507. Later bleek uit de Basisregistratie Inkomensgegevens (BRI) dat haar verzamelinkomen €27.000 bedroeg, mede door een nabetaling van het UWV van bijna €6.000. Verweerder stelde de toeslagen definitief vast op basis van dit hogere inkomen en vorderde de teveel ontvangen voorschotten terug.
Eiseres voerde aan dat de nabetaling van het UWV buiten beschouwing moest blijven omdat deze het gevolg was van een fout van het UWV en dat verweerder onvoldoende rekening hield met haar persoonlijke situatie. De rechtbank oordeelde dat verweerder gebonden is aan het authentieke inkomensgegeven uit de BRI en dat er geen wettelijke grond is om de nabetaling buiten beschouwing te laten bij zorgtoeslag en kindgebonden budget, anders dan bij huurtoeslag.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder de belangen van eiseres heeft afgewogen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een matiging of afzien van terugvordering rechtvaardigen. De nabetaling was niet het gevolg van een fout van het UWV maar van het late aanvragen van toeslag op de WIA-uitkering door eiseres. Ook haar gezondheidstoestand en financiële situatie bieden geen grond voor matiging.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding of teruggaaf van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van zorgtoeslag en kindgebonden budget wordt ongegrond verklaard.