ECLI:NL:RBDHA:2023:10043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat het ondernemingsplan onvoldoende was onderbouwd met een gedegen markt- en concurrentieanalyse en geen inzicht gaf in de positie van de onderneming in de regionale markt.
Eiser stelde dat hij nieuwe feiten en omstandigheden had aangevoerd, waaronder een nieuw ondernemingsplan en financiële documenten, die een wezenlijk Nederlands belang zouden aantonen. De staatssecretaris stelde dat deze stukken geen rechtens relevante nova vormden. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de aanvraag onvoldoende was onderbouwd.
Daarnaast voerde eiser aan dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was, omdat de staatssecretaris al in het primaire besluit duidelijk had gemaakt dat het ondernemingsplan onvoldoende was en eiser geen inhoudelijke reactie van de opsteller van het plan had ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een verblijfsvergunning af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige wordt ongegrond verklaard.