ECLI:NL:RVS:2023:2656
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd door staatssecretaris
Bij besluit van 16 februari 2022 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 12 september 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 mei 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin betreffen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel op 12 juli 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.