Eiser heeft op 5 februari 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden een besluit genomen. Na ingebrekestelling op 12 december 2022 en het verstrijken van de termijn heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. De rechtbank legt een termijn van zestien weken op, conform het 8+8-wekenmodel, waarbinnen verweerder eerst een eerste gehoor moet afnemen en daarna een besluit moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn moet verweerder een dwangsom van €100 per dag betalen, met een maximum van €7.500.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser ter hoogte van €418,50, omdat eiser een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier D.A.M. Delger op 25 januari 2023.