Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 2], eiseressen V-nummers : [V-nummer 1] en [V-nummer 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij betwisten dat de beslistermijn rechtsgeldig is verlengd op grond van WBV 2022/22 en stellen dat zij verweerder niet prematuur in gebreke hebben gesteld.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk was en heeft de zaak zonder zitting behandeld. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn op grond van WBV 2022/22 terecht is toegepast vanwege de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.
Omdat de asielaanvraag van eiseressen onder deze verlengde beslistermijn valt, is de ingebrekestelling van 9 januari 2023 te vroeg ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn.