ECLI:NL:RBDHA:2023:4223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid verlenging beslistermijn asielaanvraag door staatssecretaris
Eiseres stelde beroep in tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag van 27 april 2022, stellende dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden was verstreken. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, had de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), zoals vastgelegd in WBV 2022/22.
De rechtbank beoordeelde of de verlenging terecht was toegepast. Verweerder had onderbouwd dat vanaf de tweede helft van 2021 sprake was van een aanzienlijke stijging van het aantal asielaanvragen, mede door de instroom van vreemdelingen uit Oekraïne en Afghanistan, en dat de capaciteit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onvoldoende was om deze verhoogde instroom binnen zes maanden af te handelen. Ook werd toegelicht dat een graduele stijging van de instroom voldoende is voor toepassing van de verlengingsbevoegdheid.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris met de motivering in WBV 2022/22 en het verweerschrift voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie voldeed aan de wettelijke criteria voor verlenging. De beslistermijn was daardoor op het moment van de ingebrekestelling van 27 oktober 2022 nog niet verstreken. De ingebrekestelling was prematuur en het beroep van eiseres niet-ontvankelijk. De rechtbank zag daarom af van inhoudelijke behandeling en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.