Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder heeft op 3 februari 2023 alsnog een inwilligend besluit genomen, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk wordt verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang.
Eiser stelde verweerder op 22 augustus 2022 in gebreke en vorderde bestuurlijke en rechterlijke dwangsommen. De rechtbank oordeelt dat geen rechterlijke dwangsommen zijn opgelegd en dat de bestuurlijke dwangsommen sinds 11 juli 2021 zijn opgeschort voor asielaanvragen voor bepaalde tijd. Dit is bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waardoor verweerder geen dwangsommen verschuldigd is.
De rechtbank veroordeelt verweerder wel tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50, vanwege de te late beslissing. De rechtbank behandelt de zaak zonder zitting en verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit ongegrond.