ECLI:NL:RBDHA:2023:10112
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering openbaarmaking documenten over Armeense genocide op grond van Wob
Eiseres heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om alle informatie en documenten met betrekking tot de Armeense genocide van 1915. Verweerder heeft een deel van de documenten verstrekt, maar bepaalde informatie geweigerd op grond van artikel 10 lid 2 sub Pro a (bescherming van betrekkingen met andere staten of internationale organisaties) en artikel 11 (persoonlijke beleidsopvattingen voor intern beraad).
Eiseres betoogde dat de motivering van verweerder onvoldoende was en dat openbaarmaking geen schade zou veroorzaken aan de betrekkingen met Turkije, Armenië of andere landen. Ook stelde zij dat het belang van openbaarmaking, mede vanwege vermoedelijke onjuiste informatie aan de volksvertegenwoordiging en druk van Turkije, zwaarder weegt dan het belang van vertrouwelijkheid. Daarnaast voerde zij aan dat verweerder ten onrechte artikel 11 toepaste Pro, mede gelet op de nieuwe kabinetslijn en de Wet open overheid.
De rechtbank heeft na kennisneming van de niet-openbaar gemaakte stukken geoordeeld dat verweerder terecht de vertrouwelijkheid van diplomatieke betrekkingen heeft beschermd. De aard en inhoud van de documenten maken openbaarmaking schadelijk voor de betrekkingen en het vertrouwen van andere staten. Ook is het beroep op artikel 11 terecht Pro, omdat het gaat om persoonlijke beleidsopvattingen in documenten voor intern beraad die het interne beraadsproces onevenredig zouden schaden bij openbaarmaking.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 12 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het gedeeltelijk weigeren van openbaarmaking van documenten over de Armeense genocide is ongegrond verklaard.