ECLI:NL:RVS:2016:356
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering openbaarmaking taxatierapport Wob
Bij besluit van 7 maart 2014 weigerde de minister op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) het volledige taxatierapport over de Heesseltsche Uiterwaarden openbaar te maken vanwege economische belangen van de Staat. Na bezwaar en aanvullend besluit bleef de minister bij dit standpunt. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat openbaarmaking noodzakelijk is voor een reëel beeld van de economische waarde van haar gronden en dat de Onteigeningswet schadeloosstelling voorschrijft. De Afdeling oordeelde dat het taxatierapport gegevens bevat die de onderhandelingspositie van de Staat kunnen schaden, en dat het publieke belang bij openbaarmaking niet zwaarder weegt dan de te beschermen belangen. De Afdeling bevestigde dat de minister terecht op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob openbaarmaking mocht weigeren.
Daarnaast stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte geen proceskosten toewees voor het bijwonen van de zitting. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank het beroep tegen het besluit op bezwaar gegrond had moeten verklaren en dat het beroep tegen het aanvullend besluit van 4 maart 2015 ongegrond moest worden verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar voor zover het ziet op documenten die bij het aanvullende besluit alsnog openbaar zijn gemaakt. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het beroep tegen het aanvullende besluit ongegrond. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar deels vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.