ECLI:NL:RBDHA:2023:10161
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing ongewenstverklaring ondanks gezinsleven in België
Eiser, met Surinaamse nationaliteit, werd in 2017 ongewenst verklaard en uitgezet naar Suriname na een veroordeling voor drugssmokkel. Hij is gehuwd met een Nederlandse vrouw die in België woont en werkt. Eiser vroeg in 2022 opheffing van zijn ongewenstverklaring om herenigd te worden met zijn echtgenote, maar dit werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan de voorwaarde van tien jaar verblijf buiten Nederland.
Verweerder stelde dat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiser en dat het gezinsleven ook buiten Nederland kan worden uitgeoefend. Eiser voerde aan dat hij onzorgvuldig is behandeld en dat hij door de signalering in het SIS-systeem ook geen visum voor België kan verkrijgen, wat hem in een patstelling brengt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet onzorgvuldig handelde en dat de ongewenstverklaring slechts geldt voor Nederland. De weigering tot opheffing is gerechtvaardigd omdat eiser niet voldoet aan de wettelijke termijn en het recht op gezinsleven in Nederland niet dwingt tot opheffing. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.