ECLI:NL:RBDHA:2023:10214
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke zaak
Verzoeker is op 20 januari 2023 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog op 16 maart 2023 een beslissing genomen. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft overwogen dat verweerder geen bezwaar maakt tegen het betalen van de proceskosten. Omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, is verzoeker gerechtigd op vergoeding van proceskosten. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Gezien het feit dat de zaak alleen betrekking heeft op de overschrijding van de beslistermijn, wordt een lagere vergoeding toegekend met een wegingsfactor van 0,5. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan proceskosten en wijst tevens op de verplichting om het betaalde griffierecht van €184,- te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.