ECLI:NL:RBDHA:2023:10215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod voor Oezbeekse vreemdeling
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit dragende vreemdeling, verbleef op 25 januari 2023 niet rechtmatig in Nederland en werd werkend aangetroffen. Verweerder legde hem daarop een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen en een inreisverbod van één jaar op. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat de ophouding onrechtmatig was, het gelijkheidsbeginsel werd geschonden en dat rekening had moeten worden gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank verwierp het beroep op onrechtmatigheid van de ophouding, verwijzend naar een eerdere uitspraak. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat verweerder aannemelijk maakte dat er sprake was van een ambtelijke misslag bij het opleggen van inreisverboden aan andere Oezbeken, maar dat dit geen aanleiding gaf om het besluit te wijzigen.
Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van eiser oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij concreet uitzicht had op werk in andere EU-lidstaten en dat verweerder terecht rekening hield met de onzekere toekomstige situatie. Tevens wees de rechtbank op de mogelijkheid dat andere lidstaten een verzoek kunnen indienen om het inreisverbod op te heffen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier A.C. Kampschuur op 11 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod is ongegrond verklaard.