ECLI:NL:RBDHA:2023:4904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ophouding vreemdeling op grond van artikel 50 lid 2 Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Oezbeekse vreemdeling, werd op 24 januari 2023 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de ophouding onrechtmatig was omdat zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus reeds tijdens het strafrechtelijke traject waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde echter dat deze gegevens pas konden worden vastgesteld na onderzoek door de vreemdelingenpolitie, waardoor de ophouding op de genoemde wettelijke grondslag rechtmatig was. De rechtbank beperkte zich tot de toetsing van de rechtmatigheid van de ophouding en liet de beroepsgronden tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod buiten beschouwing.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier E. Mulder en is uitgesproken op 22 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.