ECLI:NL:RBDHA:2023:10306
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens overdracht aan Spanje op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank oordeelt dat de overdracht aan Spanje terecht is, aangezien Spanje het verzoek tot overname heeft aanvaard en er geen aanwijzingen zijn dat Spanje zijn internationale verplichtingen schendt.
Een belangrijk geschilpunt was het gebruik van een niet-beëdigde tolk tijdens het aanmeldgehoor in de taal Igbo. De staatssecretaris had dit onvoldoende gemotiveerd, maar de rechtbank passeert dit gebrek omdat het register geen beëdigde tolken in Igbo bevat en dit voldoende reden is voor het gebruik van een niet-beëdigde tolk. Eiser kon niet aantonen dat een beëdigde Engelse tolk beschikbaar had moeten zijn, en het aanmeldgehoor verliep zonder communicatieproblemen.
Eiser voerde aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder bedreigingen door mensensmokkelaars in Spanje en het gebrek aan bescherming, een overdracht aan Spanje onredelijk maken. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden niet zodanig zijn dat de staatssecretaris had moeten afzien van overdracht op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van eiser wegens het motiveringsgebrek. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Spanje.