ECLI:NL:RBDHA:2023:10317
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend met het argument dat hij als christen in Syrië een minderheid vormt die onderdrukt wordt. Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat eiser tweemaal zonder problemen naar Syrië is teruggekeerd en geen persoonlijke problemen heeft ondervonden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het beleid van verweerder, neergelegd in paragraaf C7/33.4.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, redelijk is. Dit beleid stelt dat Syriërs die vrijwillig en zonder problemen zijn teruggekeerd geen reëel risico op ernstige schade lopen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer gevaar loopt.
De rechtbank oordeelt dat eiser zelf in staat was de risico’s in te schatten en dat zijn terugkeer weloverwogen was. Ook het beroep op een eerdere uitspraak waarbij sprake was van een andere situatie faalt. De aanvraag is daarom terecht afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Ten overvloede is eiser geïnformeerd over zijn verblijfsrecht onder de Richtlijn tijdelijke bescherming Oekraïne. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië.