Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [V-nummer] , eiser,
[zoon],
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in met het motief dat hij afvallige is van de islam en daardoor gevaar loopt bij terugkeer naar Irak. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het afvalligheidsverhaal, gebaseerd op vermeende inconsistenties en tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en gemotiveerd. De beoordeling hield onvoldoende rekening met het complexe begrippenkader van afvalligheid, de culturele achtergrond van eiser als Koerd en Zardasht, en zijn lage referentiekader. Ook werd onvoldoende onderzocht of de stelling dat Zardasht in Irak als moslim wordt geregistreerd feitelijk juist is.
De rechtbank stelt vast dat eiser in eerdere procedures uiteenlopende verklaringen gaf over zijn geloof en afvalligheid, maar dat deze niet op adequate wijze zijn betrokken in de beoordeling. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende inzicht geeft in de weging van de verklaringen en onvoldoende aansluit bij het perspectief van eiser.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en gelast de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt vernietigd.