ECLI:NL:RBDHA:2023:10377
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten wegens niet tijdig beslissen op bezwaar intrekking verblijfsvergunning
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning voor niet-tijdelijke humanitaire gronden. De staatssecretaris besloot niet tijdig op dit bezwaar, waarop verzoekster beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen. Tijdens de procedure besloot de staatssecretaris alsnog op het bezwaar en verklaarde dit gegrond, waardoor de verblijfsvergunning niet werd ingetrokken.
Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en het bezwaar gegrond te verklaren.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €418,50, gebaseerd op de beroepsmatige rechtsbijstand. De wegingsfactor 'licht' werd toegepast omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.