ECLI:NL:RBDHA:2023:10378
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het griffierecht aan eiser kwijtgescholden vanwege zijn inkomen.
De aanvraag werd ingediend op 18 augustus 2022 en de beslistermijn van 90 dagen verstreek op 16 november 2022 zonder dat verweerder een besluit nam. Na een ingebrekestelling op 2 maart 2023 en het verstrijken van twee weken, werd op 17 maart 2023 het beroep ingediend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond omdat verweerder niet tijdig heeft beslist.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen, met een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding, maximaal € 7.500. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 en de proceskosten van € 418,50. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie voor de motivering van de langere termijn in dit soort zaken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twintig weken met dwangsom op voor het alsnog nemen van het besluit.