Uitspraak
Rechtbank den haag
1.Procedure
- de dagvaarding d.d. 17 januari 2023 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de brief van mr. Teunissen van 17 mei 2023 met producties.
Rechtbank Den Haag
De huurder [eiser] B.V. huurt sinds 2017 een bedrijfsruimte van Plus Vastgoed B.V. en is gebonden aan een huurovereenkomst met een jaarlijkse huurprijsaanpassing op basis van de consumentenprijsindex (CPI). Per 26 januari 2023 verhoogde Plus Vastgoed de huurprijs met 14,5% op basis van deze indexeringsbepaling.
[eiser] vordert gedeeltelijke ontbinding of wijziging van de huurovereenkomst wegens onvoorziene omstandigheden, en stelt dat het beroep op de indexeringsbepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, onder meer vanwege de oorlog in Oekraïne en de stijgende energieprijzen. Plus Vastgoed betwist dit en voert aan dat de indexeringsbepaling juist rekening houdt met prijsontwikkelingen.
De kantonrechter oordeelt dat de forse stijging van energieprijzen geen onvoorziene omstandigheid vormt die wijziging van de indexeringsbepaling rechtvaardigt, omdat partijen deze mogelijkheid expliciet hebben verdisconteerd. Ook het argument dat de CPI-methode gebrekkig is, faalt omdat de oude methode niet evident onjuist was. Verder leidt de huurverhoging niet tot onaanvaardbare gevolgen voor [eiser], die als supermarkt ondernemer het ondernemersrisico draagt.
De vorderingen van [eiser] worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van Plus Vastgoed.
Uitkomst: De huurprijsverhoging van 14,5% op basis van de indexeringsbepaling wordt niet onaanvaardbaar geacht en de vorderingen van huurder worden afgewezen.