ECLI:NL:RBDHA:2023:10413
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 augustus 2022 is ingewilligd. Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 24 januari 2023 behandeld, waarbij verzoekster niet aanwezig was wegens verhindering. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster heeft niet toegelicht waarom een spoedeisend belang aanwezig zou zijn, en aangezien zij reeds een verblijfsvergunning asiel bezit, is er geen sprake van een dreigende uitzetting. Om deze reden is het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.