Eiseres heeft op 10 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid in het kader van nareis. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist, ondanks een geldige ingebrekestelling van 10 mei 2023. Eiseres stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken en dat verweerder rechtsgeldig in gebreke is gesteld. Het beroep wordt daarom kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn sprake is van een bijzonder geval en bepaalt een nieuwe beslistermijn van acht weken.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50. De rechtbank behandelt de zaak schriftelijk en zonder zitting.