ECLI:NL:RBDHA:2023:10566

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 juli 2023
Publicatiedatum
19 juli 2023
Zaaknummer
NL22.24434
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6:20 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen mvv-aanvraag met veroordeling in proceskosten

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 15 april 2022. Tijdens de procedure heeft verweerder alsnog een besluit genomen door de ambassade in Ankara te machtigen een mvv te verlenen.

Eiseres was bereid het beroep in te trekken indien proceskosten werden vergoed, maar heeft het beroep uiteindelijk gehandhaafd om de proceskostenveroordeling te verkrijgen. De rechtbank overweegt dat het belang bij het beroep is vervallen nu het besluit alsnog is genomen, waardoor het beroep tegen het niet-tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is.

De rechtbank veroordeelt verweerder echter in de proceskosten op grond van tegemoetkoming volgens artikel 8:75a Awb, waarbij de kosten worden vastgesteld op €418,50. Tevens wordt het verzoek om griffierechtvrijstelling toegewezen. Het vonnis is gewezen door rechter E.F. Bethlehem.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.24434

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 29 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 15 april 2022.
Verweerder heeft op 15 december 2022 de ambassade in Ankara gemachtigd om aan eiseres een mvv te verlenen.
Eiseres heeft in haar reactie op dit besluit laten weten dat zij bereid is het beroep in te trekken als verweerder bereid is de proceskosten te voldoen en een document daartoe te uploaden in het dossier. Verweerder heeft desgevraagd op 26 april 2023 laten weten dat hij akkoord gaat met een vergoeding van de proceskosten en heeft daartoe het desbetreffende formulier in het dossier geüpload. Eiseres heeft, ook na verzoek van de rechtbank, het beroep daarop niet ingetrokken. Hieruit begrijpt de rechtbank dat zij het beroep handhaaft voor zover is verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van
haar beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling
voorlopig toegewezen. Met het door eiseres overgelegde formulier heeft zij voldoende
aannemelijk gemaakt dat zij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing
van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit
met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het
beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een
besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling
door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. In artikel 6:20, vijfde lid, van de Awb is bepaald dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog gegrond kan worden verklaard, indien de indiener van het beroepschrift daarbij belang heeft. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat eiseres nog belang, als bedoeld in dit lid, heeft bij een beoordeling van het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag, aangezien hangende de beroepsprocedure alsnog een beslissing op die aanvraag is genomen. Daarbij is in aanmerking genomen dat volgens vaste jurisprudentie de vraag of een proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken onvoldoende aanleiding vormt om tot een inhoudelijke beoordeling van een beroep over te gaan. [2] Het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk wegens het vervallen van het procesbelang.
4. Nu het alsnog nemen van een reëel besluit hangende de procedure tegen het uitblijven van een tijdig besluit moet worden aangemerkt als tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb, bestaat er wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50
(vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 25 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:906.