Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de nationaliteit van een land in het Midden-Oosten, diende op 4 februari 2022 een asielaanvraag in met het argument dat hij bedreigd wordt door een terroristische groepering en vervolgd wordt wegens deserteren. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 31 lid 1 Vreemdelingenwet Pro 2000, waarbij de identiteit en nationaliteit van eiser werden geloofwaardig geacht, evenals zijn verklaring over bedreigingen. Echter achtte de staatssecretaris niet aannemelijk dat deze bedreigingen afkomstig waren van een terroristische groepering en vond geen gegronde vrees voor vervolging.
Eiser voerde aan dat de bedreigers tot een Salafistische groepering behoren die bekend is in zijn woonwijk en dat hij als ex-militair een verhoogd risico loopt. Hij verwees naar diverse rapporten en een eerdere uitspraak van de rechtbank. Ter zitting vulde hij zijn verhaal aan met details over een buurman en een vermoede wraakactie. De rechtbank oordeelde dat deze aanvullingen te laat kwamen en onvoldoende onderbouwd waren om de geloofwaardigheid van het asielrelaas te versterken.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de beschikbare landeninformatie en rapporten geen aanwijzingen geven dat dienstplichtontduikers of reservisten daadwerkelijk vervolgd worden. Eiser had niet concreet toegelicht hoe de algemene informatie op hem van toepassing was. De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat er geen reden was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.