ECLI:NL:RBDHA:2023:10601
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens ontbreken uitzonderlijke omstandigheden
Eiseres, van Armeense nationaliteit, heeft sinds 2009 in Nederland verbleven zonder verblijfsvergunning. Na meerdere afgewezen verblijfsaanvragen en terugkeer naar Armenië en Rusland, diende zij in 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van privéleven conform artikel 8 EVRM Pro. Verweerder wees deze af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende medische gegevens heeft verstrekt om vrijstelling van het mvv-vereiste op medische gronden te verkrijgen. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij hechte persoonlijke banden heeft met haar in Nederland verblijvende oom die vrijstelling rechtvaardigen. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro leidt niet tot een andere uitkomst, mede gelet op de jurisprudentie van het EHRM in de zaak Butt tegen Noorwegen.
Hoewel eiseres psychische klachten heeft en een groot deel van haar leven in Nederland heeft doorgebracht, wegen de belangen van de Nederlandse staat bij een restrictief migratiebeleid zwaarder. De rechtbank ziet geen aanleiding tot toepassing van de hardheidsclausule en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wordt ongegrond verklaard.