ECLI:NL:RBDHA:2023:10657
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting terugvordering AOW en vaststelling maandelijkse aflossing op basis beslagvrije voet
Eiser ontvangt sinds mei 2010 AOW en kreeg in 2018 een terugvordering van €53.891,30 wegens te veel ontvangen AOW. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde een maandelijkse aflossing van €45 vast, gebaseerd op de beslagvrije voet. Eiser betwist deze aflossing en voert aan dat de vordering door een fout van de Svb is ontstaan en dat hij het bedrag niet kan missen vanwege zijn invaliditeit en medische kosten. Ook stelt hij dat het huwelijk onder huwelijkse voorwaarden niet is meegenomen bij de beslagvrije voet.
De Svb handhaaft het bedrag en verwijst naar de wettelijke regeling die sinds 1 januari 2021 voorschrijft dat 5% van het gezamenlijke netto inkomen beschikbaar moet zijn voor aflossing. De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit tot terugvordering onherroepelijk is en dat in deze procedure alleen de betalingsregeling aan de orde is. De beslagvrije voet is correct vastgesteld op basis van het gezamenlijke inkomen, waarbij huwelijkse voorwaarden niet relevant zijn.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de financiële situatie van eiser, ontbreekt een onderbouwing met financiële stukken die een lager aflossingsbedrag rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij de maandelijkse aflossing van €45.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de maandelijkse aflossing van €45.