Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser/verzoeker] , eiser/verzoeker
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
OverwegingenGriffierecht
Achtergrond
Ambtshalve toets aan artikel 8 van Pro het EVRM
Proceskosten
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Roma afkomst en geboren in het voormalige Joegoslavië, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro (Chavez-Vilchez). Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk kon maken en onvoldoende inspanningen had verricht om documenten te verkrijgen. Eiser betwistte dit en verwees naar jurisprudentie waarin onduidelijkheid over identiteit en nationaliteit niet tegen een verblijfsrecht mocht worden gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen omdat eiser onvoldoende bewijs leverde. De overgelegde geboorteakte was geen identificerend document en riep vragen op, zoals het ontbreken van een persoonsregistratienummer en tegenstrijdigheden in de namen van ouders. Eiser gaf geen bevredigende verklaring voor deze onduidelijkheden en verklaarde vaag over zijn reizen zonder documenten.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende pogingen had gedaan om de Kroatische nationaliteit te verkrijgen, die hij volgens de Kroatische wetgeving mogelijk zou kunnen hebben. Ook hoefde verweerder geen DNA-onderzoek aan te bieden omdat het niet alleen van belang is dat eiser de vader is, maar ook dat hij een derdelander is.
Ten slotte wees de rechtbank het beroep af dat verweerder ambtshalve had moeten toetsen op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat verweerder dit voldoende had gemotiveerd en eiser dit pas in de beroepsfase had aangevoerd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsrecht op grond van Chavez-Vilchez is ongegrond verklaard.