ECLI:NL:RVS:2022:1511
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. De staatssecretaris wees deze aanvraag bij besluit van 31 oktober 2019 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 2 maart 2020. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 13 januari 2021.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de staatssecretaris een onjuiste bewijsmaatstaf en beoordelingskader had gehanteerd bij de beoordeling van de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling. De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een vreemdeling zonder geldig grensoverschrijdingsdocument zijn identiteit en nationaliteit met alle andere middelen aannemelijk kan maken.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de aangeleverde bewijsstukken niet op juiste wijze had beoordeeld en het besluit daardoor ondeugdelijk was gemotiveerd. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 2 maart 2020 vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.