ECLI:NL:RBDHA:2023:10713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning regulier met terugwerkende kracht niet in strijd met artikel 8 EVRM
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor verblijf als familie- of gezinslid bij haar ex-man, de referent, geldig tot 18 juli 2023. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht per 4 januari 2021 in, omdat eiseres niet meer op hetzelfde adres als de referent stond ingeschreven en daarmee niet meer voldeed aan de voorwaarden.
Eiseres voerde aan dat de intrekking met terugwerkende kracht geen wettelijke grondslag heeft en dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat zij inmiddels een leven in Nederland heeft opgebouwd. Zij vroeg uitstel van de zitting vanwege haar persoonlijke omstandigheden in Marokko, maar dit werd afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet meer voldeed aan de voorwaarden voor de vergunning sinds 4 januari 2021. De intrekking met terugwerkende kracht is volgens vaste rechtspraak toegestaan en niet in strijd met Europese regelgeving. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat de banden van eiseres met Nederland niet zodanig bijzonder zijn dat bescherming geboden moet worden, mede gezien haar langdurige verblijf in Marokko en het niet naleven van de informatieplicht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking met terugwerkende kracht van de verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.