ECLI:NL:RBDHA:2023:10728
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Koerdische asielzoeker wegens onvoldoende motivering risico hernieuwde vervolging
Eiser, een Turkse staatsburger van Koerdische etniciteit, diende een asielaanvraag in na eerdere vervolging en veroordeling in Turkije wegens het delen van berichten over Koerdische cultuur en politiek. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat het risico op hernieuwde vervolging niet aannemelijk was.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de uitzondering op het risico van hernieuwde vervolging van toepassing zou zijn. De beoordeling van de geloofwaardigheid van het relaas van eiser was onjuist, en verweerder heeft nagelaten relevante landeninformatie en de intrinsieke motivatie van eiser mee te wegen.
De rechtbank benadrukt dat eerdere blootstelling aan vervolging een duidelijke aanwijzing is voor een reëel risico op herhaling, tenzij goede redenen het tegendeel aannemelijk maken. Verweerder heeft dit onvoldoende onderbouwd, onder meer door het niet adequaat relateren van het gedrag van eiser aan de politieke situatie en het ontbreken van onderzoek naar de mogelijkheid van legaal reizen.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.