Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jemenitische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 2 mei 2023 een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, welke op 11 mei 2023 werd opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek op 10 mei 2023 rechtmatig was. De kern van het geschil betrof de periode na deze datum. Eiser voerde aan dat vanwege medische klachten, waaronder aanzienlijke pijn door aambeien en psychosomatische klachten, onterecht geen lichter middel werd toegepast en dat de overdracht naar Spanje onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de medische omstandigheden in het eerste beroep al waren betrokken en dat de gewijzigde medische omstandigheden in dit beroep onvoldoende waren onderbouwd. Hierdoor was niet aannemelijk gemaakt dat na 10 mei 2023 geen risico op onttrekking meer bestond. De voortzetting van de maatregel was daarom rechtmatig. Het feit dat eiser ondanks verwijzing niet medisch werd behandeld, vormde geen grond voor onrechtmatigheid. De overdracht aan Spanje en het overdrachtsbesluit lagen niet ter toetsing voor.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel tot aan de opheffing niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.