ECLI:NL:RBDHA:2023:10819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding bij prematuur beroep niet tijdig beslissen mvv nareis
Verzoeker diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) nareis. Verweerder ontving de aanvraag en verlengde de beslistermijn met drie maanden. Verzoeker stelde verweerder prematuur in gebreke en diende een beroepschrift in tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder nam vervolgens alsnog een beslissing. Omdat het beroep prematuur was ingesteld, was het niet ontvankelijk.
De rechtbank overwoog dat een proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend als het beroep ontvankelijk is. Nu dat niet het geval was, werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding tot het houden van een zitting en deed de uitspraak in het openbaar.
Verzoeker kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen indien hij het niet eens is met de beslissing. Een zitting kan worden aangevraagd in het verzetschrift.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens prematuriteit en niet-ontvankelijkheid van het beroep.