ECLI:NL:RVS:2008:BC6615
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig nemen besluit verblijfsvergunning en proceskostenveroordeling
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op dit bezwaar. De staatssecretaris nam uiteindelijk alsnog een besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit ongegrond, zonder de staatssecretaris te veroordelen in proceskosten.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling over de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit en het nalaten van een proceskostenveroordeling. De Raad van State oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht niet-ontvankelijk was omdat het belang inmiddels was komen te vervallen, maar dat de voorzieningenrechter ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken. Ook werd geoordeeld dat het beroep tegen het besluit van 13 maart 2007 ongegrond was.
De Raad van State vernietigde het deel van de uitspraak waarin het beroep tegen het besluit ongegrond werd verklaard en de proceskostenveroordeling werd afgewezen, bevestigde het overige en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tevens werd vastgesteld dat het verzoek om mondelinge toelichting op het bezwaar buiten het geding viel omdat hierover reeds een oordeel was gegeven.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter deels vernietigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.