Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer 1] ,
,
Rechtbank Den Haag
Verzoekster is op 30 januari 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat het beroep was ingesteld, heeft verweerder op 6 april 2023 alsnog een beslissing genomen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot betaling van haar proceskosten.
De rechtbank constateert dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek tot proceskostenvergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar tegen betaling. Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing heeft genomen, oordeelt de rechtbank dat verzoekster recht heeft op vergoeding van proceskosten.
De rechtbank stelt het bedrag vast op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de inschakeling van een professionele juridische hulpverlener, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.