ECLI:NL:RBDHA:2023:10910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens niet tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaak
Verzoeker is op 18 oktober 2022 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig een besluit had genomen op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog op 13 november 2022 een beslissing genomen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder erkende de situatie en was bereid om een deel van de proceskosten te vergoeden, namelijk € 379,50. De rechtbank stelde echter vast dat het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) inmiddels was gewijzigd en dat op grond van het actuele Bpb een vergoeding van € 418,50 passend was, omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld.
De rechtbank oordeelde dat de wegingsfactor 'licht' van toepassing was, aangezien het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. Daarom veroordeelde de rechtbank verweerder tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka op 26 mei 2023 in Utrecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van € 418,50 aan proceskosten aan verzoeker.