ECLI:NL:RBDHA:2023:10914
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft de zaak zonder zitting behandeld.
De kern van het geschil is of de ingebrekestelling door eiser prematuur was, aangezien de beslistermijn door de WBV 2022/22 met negen maanden was verlengd. Eiser betwist dat sprake is van een geldige verlenging en stelt dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn gerechtvaardigd was vanwege een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. Omdat de asielaanvraag van eiser op 28 juli 2022 is ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn tot 28 oktober 2023. De ingebrekestelling van 30 januari 2023 is daardoor te vroeg ingediend.
Hierdoor voldoet eiser niet aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken kan worden ingediend.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling terwijl de beslistermijn was verlengd.