ECLI:NL:RBDHA:2023:10950
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor tijdelijke bescherming Oekraïense verzoekster
Verzoekster, een Oekraïense onderdaan die vanwege de Russische invasie niet kan terugkeren naar Oekraïne, heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris dat zij niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster voor haar uitreis in Oekraïne verbleef, tijdelijk in Polen werkte, en dat haar appartement in Oekraïne door de oorlog onbewoonbaar is geworden.
De staatssecretaris stelde dat verzoekster niet onder de Richtlijn tijdelijke bescherming valt omdat zij niet direct ontheemd zou zijn door de invasie, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat dit niet zonneklaar is en dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Ook is het bezwaar niet tijdig ingediend, maar de termijnoverschrijding is niet onderzocht, waardoor niet kan worden vastgesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst het besluit van 21 oktober 2022 tot vier weken na de beslissing op bezwaar en bepaalt dat verzoekster tot die tijd moet worden behandeld alsof zij een verblijfssticker of ontheemdendocument bezit, met recht op gemeentelijke opvang en toegang tot de arbeidsmarkt. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.674,00 aan verzoekster.
De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, verzoekster wordt voorlopig als tijdelijk beschermde behandeld met toegang tot opvang en arbeidsmarkt.