Eiser, een Somalische asielzoeker geboren in 1993, vordert een verblijfsvergunning omdat hij vreest voor vervolging bij terugkeer naar Somalië. Hij stelt dat hij als onwettig kind ('wacal') wordt gediscrimineerd en bedreigd door Al-Shabaab. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van een gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico.
De rechtbank oordeelt dat de problemen met Al-Shabaab meer dan tien jaar geleden plaatsvonden en dat er sindsdien geen contact of bedreigingen waren, waardoor het risico op ernstige schade onvoldoende aannemelijk is. Wel erkent de rechtbank dat eiser slachtoffer is van discriminatie vanwege zijn status als onwettig kind zonder stam en sociaal netwerk.
De rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze combinatie van persoonlijke omstandigheden niet leidt tot een gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico. De rechtbank wijst op het algemeen ambtsbericht Somalië juni 2023, waarin het belang van individuele omstandigheden en sociale netwerken wordt benadrukt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de door eiser aangevoerde omstandigheden. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.