ECLI:NL:RBDHA:2024:14687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte persoonlijke vrees voor rekrutering Al Shabaab
Eiser, van Somalische nationaliteit, verzocht op 4 juli 2021 om een verblijfsvergunning asiel. Hij vreesde terugkeer naar Somalië vanwege mogelijke rekrutering door Al Shabaab, mede door de betrokkenheid van zijn oom bij deze groepering. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 13 mei 2024 af en legde een terugkeertermijn op.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig waren, evenals de betrokkenheid van zijn oom bij Al Shabaab. Echter, eiser maakte niet aannemelijk dat hij persoonlijk een reëel risico liep op rekrutering of ernstige schade. Zijn vrees was gebaseerd op vermoedens en niet op concrete aanwijzingen, mede omdat hij sinds vertrek uit Somalië geen contact meer had met zijn oom en geen persoonlijke problemen had ervaren.
Verder is vastgesteld dat in Mogadishu geen meest uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld bestaat zoals bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn, waardoor minder individuele elementen nodig zijn om een risico aan te nemen. Eiser kon deze individuele elementen niet aantonen. Ook de stelling dat hij tot een specifieke sociale groep behoort vanwege verwestering werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat de minister het besluit zorgvuldig heeft genomen en dat het beroep ongegrond is. Het terugkeerbesluit blijft van kracht en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.