ECLI:NL:RBDHA:2023:1108
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 december 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris op 6 oktober 2022 alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag ingewilligd. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om op het verzoek tot proceskostenvergoeding te reageren, maar hiervan is geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen, waardoor het beroep niet langer voortgezet hoeft te worden. Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de aard van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.