ECLI:NL:RBDHA:2023:11103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil betreft de geldigheid van de ingebrekestelling die eiser heeft gestuurd. Volgens de wet moet een betrokkene een bestuursorgaan eerst schriftelijk in gebreke stellen voordat beroep kan worden ingesteld wegens niet tijdig beslissen. Eiser betwist dat de beslistermijn rechtsgeldig is verlengd door het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 geldt en de beslistermijn met negen maanden verlengt voor asielaanvragen die op die datum nog niet waren verstreken.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn door WBV 2022/22 rechtsgeldig is toegepast. Omdat eiser zijn aanvraag op 19 augustus 2022 heeft ingediend, valt zijn aanvraag onder deze verlenging, waardoor de beslistermijn is verlengd tot 19 mei 2023. De ingebrekestelling van 31 januari 2023 is daardoor prematuur en niet geldig. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12 Awb Pro en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser verzocht de rechtbank het beroep gegrond te verklaren, verweerder op te dragen alsnog een besluit te nemen en een dwangsom te verbinden, maar de rechtbank wijst dit af vanwege de niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.