ECLI:NL:RBDHA:2023:11104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en voortvarendheid in uitzettingsprocedure
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, maakt bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. Hij stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt bij de uitzetting naar Marokko en verzoekt tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetst uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 15 mei 2023. Uit het overgelegde voortgangsrapport en de correspondentie blijkt dat de staatssecretaris meerdere malen contact heeft gezocht met de Marokkaanse autoriteiten en dat er meerdere vertrekgesprekken met eiser zijn gevoerd. Hoewel eiser aangeeft dat zijn verzoek om spoedige presentatie niet is behandeld, acht de rechtbank dit niet aannemelijk.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin de maatregel van bewaring reeds is getoetst en concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn is verdwenen. De maatregel is derhalve rechtmatig en het beroep wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.