ECLI:NL:RBDHA:2023:7356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder deze maatregel getoetst en richt zich nu op de rechtmatigheid van het voortduren sinds het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 29 maart 2023.
Eiser betoogt dat onduidelijk is of hij wordt uitgezet naar Marokko of overgedragen aan een andere EU-lidstaat en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, waardoor zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank constateert dat verweerder een laissez-passer (LP)-aanvraag heeft ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten en dat er geen aanwijzingen zijn voor overdracht aan een andere lidstaat.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt, onderbouwd door de LP-aanvraag van 28 februari 2023 en herhaalde rappelleringen aan Marokko. De verstreken tijd sinds de aanvraag leidt niet tot twijfel over het verkrijgen van een LP. De maatregel van bewaring is derhalve rechtmatig gebleven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.