ECLI:NL:RBDHA:2023:11109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de geldigheid van de ingebrekestelling die eiser heeft ingediend op 14 april 2023. Verweerder heeft de beslistermijn verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 van kracht is. Dit besluit verlengt beslistermijnen voor asielaanvragen die op die datum nog niet verstreken waren.
Eiser betwist de geldigheid van deze verlenging en stelt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging rechtsgeldig is. Omdat de asielaanvraag van eiser op 25 september 2022 is ingediend, valt deze binnen het toepassingsgebied van de verlenging, waardoor de beslistermijn is verlengd tot uiterlijk 25 december 2023.
De ingebrekestelling van 14 april 2023 is daarmee te vroeg en voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling door geldige verlenging van de beslistermijn.