ECLI:NL:RBDHA:2023:11113
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk was en het onderzoek zonder zitting gesloten.
De kern van het geschil betreft de vraag of de ingebrekestelling die eiser heeft ingediend op 17 mei 2023 tijdig was. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling schriftelijk worden gedaan en mag beroep pas worden ingesteld als na twee weken nog geen besluit is genomen. Verweerder heeft de beslistermijn verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 van kracht is.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is toegepast omdat er sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. De asielaanvraag van eiser viel onder deze verlengde beslistermijn, waardoor de ingebrekestelling te vroeg was ingediend. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de ontvankelijkheidseisen en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser kan tegen deze uitspraak binnen vier weken beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.