ECLI:NL:RBDHA:2023:11132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende op 14 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 28 juni 2023 af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op.
De staatssecretaris meldde dat eiser op 27 mei 2023 met onbekende bestemming was vertrokken. Ondanks dat de gemachtigde van eiser het beroep handhaafde, was het laatste contact met eiser in juni 2023. Tijdens de zitting op 25 juli 2023 was eiser niet aanwezig en had zijn gemachtigde zich afgemeld.
De rechtbank volgt vaste rechtspraak dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact met gemachtigde wordt aangenomen dat geen prijs meer wordt gesteld op bescherming. Aangezien eiser in juni contact had, maar daarna asiel aanvroeg in Duitsland en in juli in Zwitserland werd gesignaleerd, concludeert de rechtbank dat het procesbelang is vervallen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.