ECLI:NL:RBDHA:2023:11133
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na behandeling beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 28 juni 2023. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 25 juli 2023 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen en zijn gemachtigde zich had afgemeld. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
Gezien de gelijktijdige uitspraak van de rechtbank in een gerelateerde zaak (NL23.19239) is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier M.C. Drenten-Boon en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.