ECLI:NL:RBDHA:2023:11149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid bewaring in asielprocedure Surinaamse vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, is op 13 mei 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gevoerd op 21 en 26 juli 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde via telehoren en met tolk aanwezig waren.
De rechtbank toetst of de bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 2 juni 2023 rechtmatig is gebleven. Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, onder meer omdat de Surinaamse autoriteiten niet reageren op de laissez-passer aanvraag en verweerder geen presentatie heeft gepland. Tevens stelt eiser dat hij niet in Suriname is geboren en een Brits paspoort had.
De rechtbank overweegt dat verweerder sinds de inbewaringstelling verplicht is voldoende voortvarend te handelen en constateert dat verweerder op 13 juni 2023 een beslissing op de asielaanvraag heeft genomen en tussen 8 en 29 juni 2023 heeft gerappelleerd op de laissez-passer aanvraag. Gelet op deze feiten is er geen aanleiding te oordelen dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Ook de stelling van eiser omtrent het Britse paspoort leidt niet tot een ander oordeel.
Verder acht de rechtbank, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, geen grond om de bewaring onrechtmatig te achten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.