ECLI:NL:RBDHA:2023:11154
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting wegens lachgasbezit
Verzoekster exploiteert sinds december 2022 een horeca-inrichting waarvoor zij vergunningen bezit. Op grond van meldingen en politiecontroles zijn op meerdere data aanzienlijke hoeveelheden lachgasflessen aangetroffen in de inrichting, waarvan sommige recent gebruikt waren. Verzoekster gaf wisselende verklaringen over het eigendom en de herkomst van de flessen.
De burgemeester van Den Haag legde op 16 juni 2023 een last onder bestuursdwang op, bestaande uit een tijdelijke sluiting van drie maanden en intrekking van de exploitatie-, Alcoholwet- en aanwezigheidsvergunning. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het aantreffen van lachgasflessen een sterke aanwijzing is voor recreatief gebruik en dat verzoekster als ondernemer zelf betrokken is bij de overtredingen. De sluiting en intrekking van vergunningen zijn niet onevenwichtig en redelijk noodzakelijk geacht. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar waarschijnlijk niet tot een ander besluit zal leiden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting en intrekking vergunningen wordt afgewezen.