De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV om de urenbeperking bij haar sarcoïdose aan te scherpen. In een eerdere tussenuitspraak had de rechtbank het UWV de gelegenheid gegeven het gebrek in het besluit te herstellen. Het UWV heeft dit niet voldoende gedaan.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) had in haar rapporten onvoldoende overtuigend gemotiveerd waarom de urenbeperking, oorspronkelijk vastgesteld in 2018, was gewijzigd. De medische informatie toonde aan dat de vermoeidheidsklachten van eiseres medisch geobjectiveerd zijn en dat de aandoening niet actief en ernstig is, maar de vermoeidheid losstaat van actieve ontstekingen of longafwijkingen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met deze medische feiten en dat de motivering van de aanscherping niet voldeed aan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.