ECLI:NL:RBDHA:2023:11188
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en loongerelateerde WGA-uitkering bij PTSS
Eiser, voormalig politieagent met PTSS, betwistte het door het UWV vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage van 76,80% en de daaraan gekoppelde loongerelateerde WGA-uitkering. Na een schietincident in 2012 ontwikkelde eiser psychische klachten die volgens hem verergerd zijn, met een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid vanaf 1 oktober 2020. Het UWV baseerde haar besluiten op verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken, waarbij zij concludeerden dat eiser beperkingen heeft maar niet volledig arbeidsongeschikt is en dat er nog behandelopties zijn.
De rechtbank benoemde een psychiater en een verzekeringsarts als onafhankelijke deskundigen, die concludeerden dat eiser PTSS heeft met chronisch verloop maar niet volledig arbeidsongeschikt is en dat de beperkingen en urenbeperking conform de eerdere rapporten zijn vastgesteld. Eiser betwijfelde de onafhankelijkheid van de verzekeringsarts en de prognose van verbetering, maar de deskundigen reageerden hierop met een gemotiveerde onderbouwing.
De rechtbank volgde het deskundigenrapport en vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel dat eiser recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van 76,80% arbeidsongeschiktheid. Ook de functies die eiser met de vastgestelde beperkingen kan vervullen, werden door eiser niet betwist. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het arbeidsongeschiktheidspercentage van 76,80% is ongegrond verklaard.